Geschiedenis van Brummen

 

De omgeving waar Brummen in ligt wordt al duizenden jaren bewoond. Over de oudste geschiedenis is echter weinig bekend. De naam "Brummen" duikt voor het eerst op in een oorkonde waarin een aantal landerijen geschonken worden van graaf Wrachari aan Liudger. In die oorkonde wordt gesproken van Brimnum, in 794. Op dit jaartal worden vieringen van het bestaan van Brummen gebaseerd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog lagen in Brummen en omgeving regelmatig troepen gelegerd. Onder andere de Spaanse troepen van graaf Hendrik van den Bergh die de Grote Schans veroverde in 1624 en vanaf daar plunderend het Kwartier van Veluwe binnenviel. Nadien werd door de Staatsen over de IJssel een bruggenhoofd aangelegd. Er werden regimenten van Jan van Nassau gelegerd in Brummen en Empe om dit bruggenhoofd te verdedigen. Voor het laatst speelde deze schans een grote rol tijdens de inval van de Veluwe van 1629. Voor 1800 was Brummen de hoofdplaats van het Veluwse ambt Brummen, dat bestond uit de kerspels Brummen en Hall. In 1865 kwam de spoorwegverbinding gereed. Tot die tijd deden postwagens en diligences regelmatig Brummen aan, via de weg van Arnhem naar Zutphen. 

 

Tol Brummen